15.1 Om voor het clubkampioenschap in aanmerking te komen, dient een paar alle interne (paren)competities meetellend voor het clubkampioenschap minimaal vier keer in dezelfde samenstelling te hebben meegespeeld. Waarbij zij tijdens die vier competities minimaal drie keer in dezelfde samenstelling moeten spelen.
15.2 Na elke interne (paren)competitie meetellend voor het clubkampioenschap ontvangt de nummer 1 uit de hoogste lijn 1 punt voor het clubkampioenschap, de nummer 2 krijgt 2 punten, enzovoorts. De nummer 1 uit de eerstvolgende lijn ontvangt 11 punten, de nummer 2 krijgt 12 punten enzovoorts. De nummer 1 uit de eerstvolgende lijn ontvangt 21 punten, de nummer 2 krijgt 22 punten enzovoorts.
15.3 Het paar dat na alle interne (paren)competities meetellend voor het clubkampioenschap de minste punten heeft behaald is clubkampioen, mits voldaan is aan artikel 15.1
|
|